top of page
hand-met-blokken-header1_edited_edited.jpg

 

Pedagogisch beleidsplan 2024

Versie 1.4

Voorwoord

Voor u ligt het algemeen pedagogisch beleidsplan van Kindercentrum Het Gouden Hartje. Dit plan geeft aan welke werkwijze en uitgangspunten worden gehanteerd binnen ons kindercentrum. Met één duidelijk en eenduidig pedagogisch beleidsplan geeft Het Gouden Hartje richting aan het pedagogisch handelen van haar medewerkers en zorgt het voor eenheid binnen de organisatie. Daarnaast geeft het ouders, scholen en andere geïnteresseerden zoals samenwerkingspartners en de GGD inzicht in de visie en werkwijze van ons kindercentrum. Tot slot is dit beleidsplan een hulpmiddel bij het inwerken van nieuwe medewerkers.

Regelmatig wordt het beleidsplan geëvalueerd en bijgesteld. De aan ons toevertrouwde kinderen kunnen alleen maar groeien en bloeien, als wij dat ook als organisatie (kunnen) doen. Wij houden de kwaliteitseisen die gesteld worden aan de kinderopvang nauwlettend in de gaten en passen ons beleid zowel op papier als in ons handelen aan.

Voor de leesbaarheid staat in het beleidsplan ouders, pm’ers en medewerkers vermeld. Met ouders worden ook uiteraard verzorgers en andere, direct betrokken gezinsleden van het kind bedoeld. Onder pm’ers worden gediplomeerde pedagogische medewerkers verstaan. Met medewerkers worden ondersteunende collega’s en/of staffunctionarissen bedoeld.

 

1. Inleiding

Het is onze missie om op een prettige wijze, liefdevolle, verantwoorde en professionele kinderopvang aan te bieden aan de belangrijkste mensen op deze wereld: kinderen. Wij vinden dat plezier voor de kinderen, ouders en het team leidt tot een doelgericht aanpak. Door onze aanpak kunnen ouders het ouderschap combineren met werk of studie terwijl hun kinderen op ontdekkingstocht zijn bij ons en zich spelenderwijs ontwikkelen in een warme huiselijke omgeving. Bij Kindercentrum Het Gouden Hartje streven we ernaar dat elk kind zich thuis voelt en aan het eind van de dag vrolijk en voldaan naar huis gaat.

Kindercentrum Het Gouden Hartje is een kinderopvanglocatie voor kinderen in de leeftijd van 0-13 jaar. Omdat we kwalitatief goede kinderopvang willen bieden stellen we eisen aan het pedagogisch beleid en zijn we gericht op verbetering van de pedagogische kwaliteit. Dit doen we door kritisch te blijven kijken naar ons handelen. We evalueren periodiek het pedagogisch beleidsplan en stellen het plan en ons handelen indien nodig bij.

Het beleidsplan geeft ouders inzicht in de werkwijze en het opvoedingsklimaat van Het Gouden Hartje zodat ouders met een gerust hart hun kind(eren) aan ons kunnen toevertrouwen. Het beleid geeft onze medewerkers visie, identiteit, richting, inspiratie en houvast bij het pedagogisch handelen in de groepen. Een middel dus om dagelijks te toetsen om te komen tot een optimale kwaliteit van kinderopvang, een plek waar kinderen graag willen verblijven.

Dit algemeen pedagogisch beleidsplan wordt gehanteerd als basisplan voor de gehele kinderopvang van Het Gouden Hartje en is een leidraad voor het kinderdagverblijf en de BSO. Omdat de ontwikkeling van baby’s specifiek is hebben we deze apart beschreven in bijlage 1. De specifieke ontwikkeling van BSO kinderen is tevens apart beschreven, desbetreffende medewerkers gebruiken deze aanvulling als naslagwerk voor de uitvoering van hun werkzaamheden.

 

2. Visie op het kind

Het kind als individu zien en respect hebben voor kinderen staat centraal. Ouders zijn daarbij partners in de opvoeding. Er heerst een pedagogisch klimaat waar ruimte voor groepsopvoeding is maar ook voor individuele ontplooiing. Buiten de dagelijkse verzorging stimuleert de omgeving, binnen EN buiten kinderen om zich zowel lichamelijk, sociaal-emotioneel, creatief, taalvaardig en verstandelijk te ontwikkelen. Ook biedt kinderopvang een klimaat waar kinderen bewust worden van maatschappelijk gangbare normen en waarden.

2.1 Doelstelling en opvoedingsdoelen

We werken met een gemotiveerd team van pm’ers (en later stagiaires) die hart hebben voor kinderen. Een lerend team dat open staat voor nieuwe invalshoeken, ervaringen en ontdekkingen. Een houding die we ook bij kinderen proberen te ontlokken.

Open, nieuwsgierig, experimenterend en zelfontdekkend. Een prachtig proces van afhankelijkheid (bij baby’s) naar steeds verder ontwikkelde zelfstandigheid dat door de pm’ers wordt begeleid. Met een houding van de pm’ers die vertrouwen uitstraalt in het kunnen van het kind en bij wie een kind zich veilig en vertrouwd kan voelen. Het juiste pedagogische klimaat is belangrijk voor optimale ontwikkeling van ieder kind. Een goede samenwerking met ouders is daarbij van groot belang. Voor de pm’er is het belangrijk om te weten hoe het thuis gaat, zij kunnen daarop inspelen, en voor ouders is het belangrijk om te weten hoe de dag bij de opvang verlopen is. Daarom is er veel aandacht voor de haal- en breng contacten.

 

Voor de pedagogische onderbouwing van de Wet kinderopvang en de bijbehorende toelichting, is gekozen voor de vier opvoedingsdoelen van professor J.M.A. Riksen-Walraven. De opvoedingstheorie van Riksen Walraven ligt ten grondslag aan de Wet kinderopvang en de Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (zie Hoofdstuk 3).

 

3. Het Pedagogisch beleid

Het juiste pedagogisch klimaat opent de deur naar een optimale ontwikkeling voor ieder kind. Ons beleid is gebaseerd op de vier pedagogische basisdoelen die in de wet kinderopvang beschreven zijn. Deze doelen zijn gericht op het geven aan kinderen van:

  • Een gevoel van emotionele veiligheid.

  • Gelegenheid tot het ontwikkelen van persoonlijke competenties.

  • Gelegenheid tot het ontwikkelen van sociale competenties.

  • De kans zich normen en waarden van de samenleving eigen te maken.

3.1 Emotionele veiligheid

De basis van al het handelen van de pedagogisch medewerkers is het bieden van een gevoel van veiligheid voor het kind. Hierbij is een vertrouwensrelatie met de pm’er onmisbaar. Vaste rituelen, ritme en regels zorgen ervoor dat kinderen zich zeker voelen. Vanuit een veilig basis durven zij de wereld te gaan ontdekken. Persoonlijk contact met de pm’ers, een vertrouwde omgeving en de aanwezigheid van bekende groepsgenootjes dragen bij aan het verkrijgen van een veilig gevoel. Het bieden van veiligheid is van primair belang. Zowel fysiek als emotioneel. Niet alleen omdat het bijdraagt aan het welbevinden van een kind maar ook omdat een onveilig klimaat het realiseren van de andere ontwikkelingsgebieden in de weg staat.

 

De kinderen moeten fijn kunnen spelen in een veilige en vertrouwde omgeving. Als een kind zich onveilig voelt, zal hij zich niet gemakkelijk openstellen voor het aanleren van nieuwe vaardigheden. De veiligheid wordt bepaald door de pm’ers, de medewerkers, de ruimte en het contact met andere kinderen. Het Gouden Hartje biedt het kind emotionele veiligheid door:

 

  • Te werken met vaste pm’ers en vaste invalkrachten zodat kinderen zich goed kunnen hechten.

  • Veel aandacht te besteden aan de interactievaardigheden van de pm’ers, in het bijzonder sensitief en responsief zijn naar kinderen

  • Nieuwe pm’ers te koppelen aan een ervaren pm’ers zodat deze goed ingewerkt kan worden.

  • Elk kind uit een stam/basisgroep een vaste mentor te geven die het contact onderhoudt met ouders, samenwerkingspartners en de ontwikkeling van het kind monitort.

  • De ruimte zo in te richten dat er verschillende hoeken zijn waar het kind terecht kan, zoals een huishoek, leeshoek, bouwhoek en een creatieve hoek.

  • Aandacht te besteden aan het opbouwen van een band tussen de kinderen onderling en de band met de pm’ers.

  • Het bieden van een vaste structuur gedurende de dag; dit zorgt voor rust en een veilig gevoel.

 

3.2 Persoonlijke competenties

De capaciteiten van een kind hangen samen met wat een kind in aanleg heeft gekregen. Het uitbouwen van die aanleg moet het kind zelf doen. Wij willen kinderen helpen zichzelf te leren kennen, zelfstandig te worden en een positief zelfbeeld te krijgen (persoonlijke competenties). Daarom zijn wij continue aan het onderzoeken hoe we ons aanbod kunnen verbreden zodat de kinderen hun talenten kunnen ontwikkelen.

 

Elk kind is uniek en waardevol. Wij accepteren kinderen zoals ze zijn en wij hebben vertrouwen in het vermogen van kinderen. Kinderen hebben vanaf de geboorte een innerlijke motivatie om te leren lopen, praten en contact te maken met anderen. Zij leren wat nodig is voor het leven. Kinderen leren binnen het eigen vermogen, tempo en op geheel eigen wijze. Het eigen en unieke ontwikkelingstempo van het kind is voor ons maatgevend in de begeleiding van de kinderen. Kinderen worden in hun hele ontwikkeling gestimuleerd. Lichamelijk, verstandelijk en sociaal-emotioneel. Het Gouden Hartje vindt het belangrijk dat het kind niet wordt over- en ondervraagd en dat pm’ers oog hebben voor de ontwikkelingsmogelijkheden van het individu. Daarom besteden we naast groepsprocessen ook aandacht aan het individuele kind.

 

Belangrijk voor de persoonlijke competentie van ieder kind is het aanbieden van een rijke omgeving en diverse activiteiten waarbij alle ontwikkelingsgebieden aan bod (kunnen) komen. De pm’ers houden dus altijd rekening met de ontwikkelingsfase van de kinderen. Het stimuleren van kinderen om een volgende stap te zetten in hun ontwikkeling vraagt een andere aanpak bij baby’s dan bij schoolkinderen.

 

Kindercentrum Het Gouden Hartje zorgt dat het kind zijn persoonlijke competenties kan ontwikkelen door:

  • Het bieden van een divers activiteitenaanbod en verschillende speelhoeken, zoals een boekenhoek, een keukenhoek, poppenhoek, verkleedhoek, een chillruimte etc. Het stimuleren van de taalontwikkeling en het vergroten van de woordenschat.

  • Er wordt ook ruim aandacht besteed aan (interactief) voorlezen.

  • Het stimuleren van de motorische ontwikkeling (grote en kleine motoriek) door middel van bijvoorbeeld bewegingsspelletjes en knutselactiviteiten.Tijdens activiteiten de beginnende rekenontwikkeling te stimuleren.

  • De kinderen te helpen bij het verkennen van hun eigen grenzen en hen bewust te maken van de eigen mogelijkheden.

  • Het vergroten van de zelfredzaamheid en zelfstandigheid van de kinderen. Zo stimuleren we bijvoorbeeld de kinderen zelf hun jas en schoenen aan te doen.               

 

BSO-kinderen hebben tevens de mogelijkheid om zich terug te trekken als ze daar behoefte aan hebben. Soms wil een kind alleen met een vriendje een (gezelschaps)spel spelen, of huiswerk maken. Op de BSO hebben we een extra ruimte waar de kinderen zich kunnen terugtrekken. Op de dagen dat er wordt samengevoegd, kunnen de BSO kinderen zich eventueel ook terugtrekken in de BSO groep. De pm’er komt dan regelmatig een kijkje nemen en houdt een oogje in het zeil.

3.3 Sociale ontwikkeling

Kinderopvang is bij uitstek de plek om kinderen te plaatsen in een sociale omgeving. Kinderen zien leeftijdsgenootjes maar ook kinderen die jonger en ouder zijn dan zij. Kinderen leren veel van elkaar. Ze kijken naar elkaar en imiteren elkaar. Kinderen maken samen plezier en sluiten vaak hun eerste kindervriendschappen. Ze worden uitgedaagd om nieuwe en andere dingen te doen. Door met elkaar in een groepsruimte te zijn en een groep te vormen, zullen kinderen zich sociaal moeten aanpassen. In een groep gelden bepaalde regels; soms moet een kind op zijn beurt wachten, het moeten delen met andere kinderen, etc.

 

Kinderen eten en drinken samen, er worden verjaardagen of andere feesten gevierd, maar ook wordt er deelgenomen aan gezamenlijke activiteiten als: samen wandelen, samen zingen, samen luisteren naar een verhaal, etc. Hoe ouder het kind hoe groter het sociale aspect onderling is. Peuters doen bijv. meer samen met andere kinderen dan baby’s. De pm’ers zullen dit proces volgen en in indien nodig, sturen.

 

Ook zijn er weleens conflicten onderling: kinderen pakken iets van elkaar af, doen elkaar pijn, zijn boos of jaloers op elkaar. In hun proces van groter groeien, leren ze o.a. om voor zichzelf op te komen, hun woede-uitbarstingen niet op ieder willekeurig moment te laten escaleren en hoe ze met anderen kunnen omgaan. Veel van deze leermomenten zullen kinderen leren door ze zelf te ervaren en zelf op te lossen. Soms hebben kinderen hier wat hulp bij nodig van een volwassene. Belangrijk hierbij vinden we dat de pm’er het kind zelf laat nadenken over mogelijke oplossingen in plaats van als volwassene kant en klare oplossingen aan te bieden.

 

Oudere kinderen kunnen al leren hoe ze hun gevoelens onder woorden kunnen brengen, zodat ze aan een ander duidelijk kunnen maken wat iets met hen doet. De pm’er heeft hierbij een soort coachende rol. Bij baby’s en dreumesen bestaat het sociale aspect voor het grootste gedeelte uit de sociale relatie tussen pm’er en kind. Een kind zal zich aan (een) pm’er(s) hechten en vanuit deze sociale context van veiligheid zich verder ontwikkelen.

 

De verschillende aspecten van verantwoorde kinderopvang vragen niet om een bepaald resultaat te bereiken in de ontwikkeling van een kind, maar om een bepaalde inspanning te leveren, bijvoorbeeld het stimuleren van de sociale vaardigheden van een kind. Dit om een kind in staat te stellen steeds zelfstandiger te functioneren in een veranderende omgeving.

 

Kindercentrum Het Gouden Hartje zorgt dat het kind sociale competenties kan ontwikkelen door:

  • De kinderen ruimte en rust te geven en hen naast en met elkaar te laten spelen.

  • De kinderen verantwoordelijkheden aan te leren, bijvoorbeeld door hen te laten helpen met opruimen en zelf ‘ruzietjes’ op te laten lossen.

  • BSO-kinderen te leren (tijdens de samenvoeg momenten) rekening te houden met jongere kinderen, bijvoorbeeld dat baby’s op een andere manier benaderd dienen te worden dan oudere kinderen;

  • In het activiteitenaanbod ruim aandacht te besteden aan sociale competenties.

  • Aandacht te besteden aan het aangaan van relaties zowel tussen de kinderen onderling als tussen de pm’ers en de kinderen.

  • De interactie van de pm’ers met de kinderen is hierbij van groot belang.

  • kinderen om te leren gaan met andere volwassenen met verschillende taken en functies. 

3.4 Normen en waarden

Wij vinden het binnen de werkwijze van Het Gouden Hartje erg belangrijk om kinderen te helpen een bepaald gevoel van eigenwaarde en een positief denkbeeld te ontwikkelen. We zijn van mening dat vanuit een positief denkbeeld en met zelfvertrouwen een kind de wereld kan ontdekken.

 

Pm’ers proberen het kind het gevoel te geven dat ze onvoorwaardelijk worden geaccepteerd. Hierbij is het van belang dat het kind begrijpt en/of voelt dat bepaald ongewenst gedrag wordt ‘afgekeurd’ om het gedrag en niet om de persoon. Actief luisteren is een basishouding van onze pm’ers in het contact met onze kinderen. Wat zegt een kind werkelijk? Wat wil het duidelijk maken? Het is een onderdeel van respectvolle communicatie. Een pm’er sluit zoveel mogelijk aan bij het kind, door het kind te volgen (waar kijkt de baby naar?), aan te sluiten bij de behoeften van een kind (een kind dat moe is naar bed brengen; een peuter die beweeglijk is proberen bewegingsruimte te bieden enz.), en ontvangstbevestigingen geven op initiatieven van een kind. Het kind zal zich dan ‘ gehoord’ en ‘gezien’ voelen. Hierdoor neemt zijn zelfvertrouwen toe. Door echt aan te sluiten bij behoeften van kinderen, ervaart een kind de vrijheid om te ontdekken en te ervaren.

 

Het kind wordt dus geprikkeld om zelf eigen keuzes te maken en initiatieven te nemen. Respect houdt voor ons in dat een kind zijn gevoel mag uiten. Op deze manier kan het kind gevoelens verwerken en duidelijk maken wat hem bezighoudt en wat het voelt. De pm’er beschikt over inlevingsvermogen en kan aansluiten bij wat ze ziet en voelt bij het kind. De pm’er brengt regelmatig gevoelens van het kind onder woorden. Een kind mag boos of verdrietig zijn als het zich zo voelt, maar ook blij en uitgelaten. De pm’ers kunnen suggesties bieden hoe hiermee om te gaan. Het kind wordt hierin serieus genomen zonder het erger te maken dan het is. Het tonen van gevoelens is zowel voor de pm’er als voor het kind van belang. Dat betekent ook dat wat de pm’er laat horen en zien, in overeenstemming moet zijn met wat zij denkt en voelt. Als de pm’er haar ware gevoel toont is zij open en eerlijk en laat ze het kind zien wie ze werkelijk is. Zou ze dit niet doen dan merkt het kind een ‘tegenstijdigheid’ en ervaart dit als ‘gemaakt’, ‘onoprecht’ of ‘onbetrouwbaar’. Er zou dan geen sprake zijn van een relatie die gebaseerd is op waardering en respect.

Door respectvol met de kinderen om te gaan hopen we dat kinderen ook leren om respect voor zichzelf en hun omgeving te ontwikkelen. Als een kind regelmatig, bijvoorbeeld iedere week bij ons komt, vinden we het belangrijk dat het kind bijdraagt in zijn ontwikkeling een sociaal mens te zijn. Het kind leert spelenderwijs verantwoordelijkheidsgevoel te ontwikkelen voor zichzelf, de anderen kinderen en zijn omgeving.

Kindercentrum Het Gouden Hartje brengt de kinderen normen en waarden over door:

  • Respect te hebben voor elkaar, naar elkaar te luisteren en beleefd en hoffelijk te zijn zoals op elkaar wachten en niet voordringen.

  • Duidelijke waardes uit te dragen zoals geen speelgoed stukmaken, je hoofd wegdraaien als je hoest, sorry zeggen en elkaar geen pijn doen.

  • De pm’er zelf het goede voorbeeld te laten geven in spreken en handelen.

  • Rekening te houden met de diversiteit in de doelgroep en aandacht te schenken aan culturele feestdagen, gebruiken en rituelen van de verschillende culturen.

  • De kinderen te leren samenwerken en respect voor elkaar te tonen.

  • De kinderen van elkaar te laten leren. Bijvoorbeeld wachten op je beurt en luisteren naar elkaar (onderlinge interactie stimuleren).

  • Ervoor te zorgen dat het personeelsbestand van het kindercentrum een afspiegeling is van de huidige samenleving.

 

3.5 Stimulerende activiteiten en materialen

We hebben verschillende soorten materialen waarmee de kinderen kunnen spelen en die goed zijn voor hun (algehele) ontwikkeling. Voor de baby’s hebben we stoffen boekjes waar ze aan kunnen voelen en in kunnen kijken. Bij de baby’s doen we veel schootspelletjes waarbij we ze optillen, knuffelen en kiekeboe spelen. Kiekeboe spelletjes zijn goed voor de ontwikkeling van de sociaal emotionele competenties. De baby’s leren vertrouwen te hebben in volwassenen. De baby leert vertrouwen te krijgen dat de volwassene altijd terugkomt, ook al is deze even niet zichtbaar. De pm’ers gebruiken regelmatig handpoppen om de kinderen te vermaken en voorgelezen verhalen te voorzien van illustratie. We hebben een activity center waarmee de allerjongsten uit worden gedaagd om met hun handen en voeten te bewegen. Zo kunnen ze grijpen, trekken, vasthouden enzoverder. In de hoge box kunnen de baby’s op een veilige wijze de wereld om hen heen gadeslaan. De baby’s worden in de wippers gelegd bij de groepsactiviteiten zodat ze er ook bij horen. De baby’s worden ook betrokken bij knutselactiviteiten en verven. Zo mogen zij met hun vingers verven en papier scheuren als ze dat willen. De specifieke ontwikkeling van baby’s hebben we in bijlage 1 beschreven.

Voor de 1,5 jarigen en ouder hebben we Duplo blokken om mee te bouwen en Playmobil, puzzels, Knecks, verkleedkleren en knuffels. Er zijn veel materialen waarmee de kinderen volwassenen en alledaagse situaties kunnen imiteren en naspelen, zoals een keukentje, poppenwagens, een poppenhuis, make up tafel, enzoverder. Ook is er een leeshoekje waar de kinderen zich kunnen terugtrekken met een speeltje of een boekje. De oudste peuters mogen ook regelmatig in de BSO-ruimte spelen waardoor het speelgoedaanbod wordt verruimd. De peuters mogen ook hun eigen cracker en boterham smeren. Zo leren ze een mes vasthouden en een substantie zoals boter of jam uitsmeren over brood. Dit is goed voor hun zelfvertrouwen en zelfstandigheid.

 

We doen veel spelenderwijs aan de rekenontwikkeling, we gaan er niet voor zitten maar weven het door onze dagelijkse bezigheden. We tellen op onze handen en stellen veel vragen aan de kinderen, dit doen we overigens met een grote knipoog, want we doen ook een beetje gek en maken veel grapjes wat de kinderen heel leuk vinden. We vertellen veel verhaaltjes en kijken samen in boekjes. Tip de muis, Nijntje, Dikkie Dik zijn favoriet op het kinderdagverblijf.  Het voorlezen is altijd interactief, we vragen de kinderen wat ze zien en wat ze denken dat er gebeurd.

Voor de BSO-kinderen hebben we een scala aan leesboeken, voor de kleuters hebben we boekjes die passen bij een beginnende leesvaardigheid. Voor de oudere kinderen hebben we leesboeken en strips. We hebben diverse gezelschapspellen die in verschillende groepsgroottes gespeeld kunnen worden. Natuurlijk ontbreken de puzzels ook niet (voor de jongsten in grote stukken en weinig in aantal, voor de oudste weer in kleinere stukken en veel in aantal). Ook bij de BSO hebben verkleedkleren en diverse knutselspullen. Op de BSO koken de kinderen in de vakanties, de kinderen stellen samen een menu voor, verdelen taken, snijden zelf groenten en eten het gerecht samen op. Tortilla’s zijn in trek op de BSO, kinderen snijden samen verschillende soorten groenten en kunnen daarna hun eigen tortilla samenstellen. Natuurlijk doen ze dit onder leiding van de pm’er die erop toeziet dat alles gezond en veilig gebeurd.

Op alle groepen wordt geknutseld. Wij hebben veel knutselmateriaal, verf, papier, schaartjes, prikpennen, enzoverder. Alle kinderen doen mee aan alle knutselactiviteiten. De baby’s verven met hun handjes de oudere kinderen leren werkjes uitprikken. Op de BSO mogen kinderen ook knippen.

 

3.5.1 Rituelen

Een dag in de kinderopvang bestaat niet alleen uit een vaste volgorde van routinemomenten maar het barst ook van de rituelen. Denk aan handen wassen voor het eten, in een treintje lopen als we naar buiten gaan en bij het kinderdagverblijf het zingen van liedjes die horen bij bepaalde handelingen, zoals opruimen. Op het kinderdagverblijf zitten we om 9.00u aan tafel en heten we iedereen welkom met het ‘Goedemorgenlied”, daarna nemen we de dagen van de week door, we tellen tot tien, zingen het Alfabetliedje en voor het eten zingen we “Smakelijk eten”. Bij deze liedjes horen ook grote en kleine bewegingen die goed zijn voor de grote en kleine motoriek en hand oog coördinatie. Met verjaardagen maken we een verjaardagshoed voor de jarige en zetten we hem/haar in het zonnetje. Dit doen we vaak in de middag, omdat dan de meeste kinderen wakker zijn en niemand het feestje hoeft te missen. We zingen uitbundig voor de jarige en betrekken alle kinderen hierbij. Bij een verjaardag hoort ook een cadeautje. De pm’ers kopen een presentje voor de jarige die past bij de interesses van het kind.

Het verschoonmoment grijpen we aan om de kinderen exclusieve aandacht te geven. Tijdens het verschonen vertellen we waarmee we bezig zijn, ‘ik ga je nu verschonen, dan heb je straks weer schone billetjes.’

3.6 Doelgroep

3.6.1 Het Kinderdagverblijf

Kindercentrum Het Gouden Hartje is geopend van maandag t/m vrijdag van 07.30 tot 18.30. We hebben één stamgroep. De Lieve Hartjes bestaat uit maximaal 14 kinderen in de leeftijd van 0 tot 4 jaar. Elk kind heeft recht op 3,5m2 binnen- en 3m2 buitenruimte. Daar voldoen wij ruim aan met onze ruime groepen en buitenruimte.

 

3.6.2 De Buitenschoolse opvang

De buitenschoolse opvang heeft één basisgroep De Blije Hartjes van maximaal 20 kinderen in de leeftijd van 4 tot 13 jaar. De kinderen zijn afkomstig van basisscholen uit de buurt. Alle kinderen worden lopend of met de auto gehaald en gebracht. Wij zijn alle dagen open van 07.30 uur tot 08.30

uur (VSO) en vanaf +/- 14.00u tot 18.30u. In vakantieperiodes en op studiedagen is de opvang de hele dag open van 07.30 tot 18.30 uur (BSO).

3.6.3 Pedagogisch beleidsmedewerker en coach

Een pedagogisch beleidsmedewerker coacht kinderopvang medewerkers bij de dagelijkse werkzaamheden. Daarnaast houdt de pedagogisch beleidsmedewerker zich bezig met de ontwikkeling van pedagogisch beleid. In de Wet IKK is hiervoor een verplicht minimum urenaantal vastgesteld. Om de inzet van de Pedagogisch beleidsmedewerker te berekenen is de volgende rekenregel van toepassing: (50 uur x het aantal kindercentra) + (10 uur x het aantal fte pedagogisch medewerkers). Een fulltime-equivalent (fte) is een rekeneenheid waarmee de omvang van een functie kan worden uitgedrukt. 36 Uur per week staat gelijk aan één fte.

Kindercentrum Het Gouden Hartje is gestart in 2023 met haar werkzaamheden. Het verplichte aantal uur inzet van pedagogisch beleidsmedewerker staat vast op 100 uur op volledige jaarbasis. Gezien de start en de groei van het kindercentrum schatten wij in dat we in 2023 5 uur coaching zullen inzetten op de BSO en 15 uur op het kinderdagverblijf. De aan te stellen pedagogisch beleidsmedewerker en coach zal het coachingsplan opstellen. Hierin worden de groepsdoelen en individuele coachdoelen vastgelegd.

2023

BSO

Inzet ped.beleidsmedewerker   50u

Geschatte FTE                                 0,5

Coachingsuren                                5

Totaal inzet                                        55u

KDV

Inzet ped.beleidsmedewerker  50u

Geschatte FTE                                1,5

Coachingsuren                               15

Totaal inzet                                       65 u

2024

De berekening voor 2024:  Beleidsuren: 50 X 2 LRK nummers (KDV+ BSO) = 100 uur                      

IKK coach uren: 10 x 4 FTE = 40 uur 

BSO

Inzet ped.beleidsmedewerker   50u

Geschatte FTE                                 1

Coachingsuren                                10

Totaal inzet                                        60u

KDV

Inzet ped.beleidsmedewerker  50u

Geschatte FTE                                3

Coachingsuren                               30

Totaal inzet                                       80 u

 

4. Plaatsing

4.1 Inschrijving

Ouders kunnen hun kind(eren) via onze website inschrijven. Ook is het mogelijk om te bellen voor een rondleiding en/of een inschrijving. Ouders krijgen van ons een rondleiding, dat kan voor of na de inschrijving. Na de inschrijving zullen wij kijken of er plek is op de groep. Als we plek hebben dan zullen wij de ouder de plaatsingsovereenkomst aanbieden. Hierin staat op welke dagen de kinderen worden opgevangen, in welke stamgroep(en) het kind is geplaatst en wat het totaal aantal uren is. Om kinderen voldoende mogelijkheid te geven zich thuis te voelen wordt een plaatsing van minimaal twee 2 hele dagen wenselijk geacht. Vóór de plaatsing op de opvanggroep vindt een intakegesprek plaats tussen ouders en de pm’er (bij voorkeur met de mentor). Eventuele bijzonderheden worden doorgegeven aan de pm’er van de groep die deze noteert op het intakeformulier. Tevens wordt de wenperiode met de ouders afgesproken

4.2 Intake

Nadat het kind geplaatst is zullen wij een afspraak met de ouder(s) maken voor een uitgebreid intakegesprek. Als het een BSO-kind betreft, willen we graag dat ook het kind aanwezig is tijdens het gesprek. Zo kunnen we goed kennis maken met elkaar en heeft het kind ook de pm’er(s) gezien die hem of haar komen ophalen van school. Het intakegesprek wordt bij voorkeur gevoerd door de nieuwe mentor, zo kan er al gestart worden met het opbouwen van een (vertrouwens)band. Tijdens het gesprek wordt uitgelegd wat de taken zijn van de mentor en wat ons beleid is ten aanzien van samenvoegen, afwijken van de BKR, ruildagen en extra opvang, vier ogen principe en oudercommissie. Daarnaast zullen wij afspraken met de ouder(s) maken over het wennen van het kind.

4.3 Stamgroepen

Kinderen, vooral jonge kinderen, hebben behoefte aan een bekende, veilige omgeving. Deze vertrouwde omgeving bestaat enerzijds letterlijk uit de omgeving, de ruimte waar een kind verblijft, en anderzijds is het van belang dat mensen die het kind ziet vertrouwd zijn; dit zijn de pm’ers en de andere kinderen van de groep. In de leeftijd tot 1 jaar krijgen de kinderen daarom hooguit 2 vaste ‘gezichten’ toegewezen waarvan per dag ten minste 1 beroepskracht aanwezig is in de groep van dit kind. Een stamgroep is een groep bekende mensen. In het geval van een kinderdagverblijf zijn dit bekende kinderen en bekende, vertrouwde pm’ers. Een stamgroep ruimte is een vaste, bekende ruimte waar kinderen spelen, begeleid en verzorgd worden. Een basisgroep is de vaste groep kinderen en pm’er(s) van de BSO-kinderen. In tegenstelling tot het kinderdagverblijf hoeven BSO-kinderen geen exclusieve ruimte te hebben voor hun opvang, zij mogen gebruik maken van meerdere ruimtes tijdens de opvang.

4.3.1 vaste gezichten 

Een vaste, vertrouwde pedagogisch medewerker biedt emotionele veiligheid aan een kind. Dus als het kind aanwezig is, werkt er die dag minimaal 1 vast gezicht van het kind op de groep. De medewerker weet hoe het kind zich ontwikkelt, waar het behoefte aan heeft en waar het gestrest van raakt. De vaste gezichten mogen niet te vaak wisselen.

Daarom geldt:

  • Zijn er 1 of 2 pedagogisch medewerkers vereist bij een groep volgens de BKR? Dan zijn er maximaal 2 vaste gezichten per baby. Voor kinderen van 1 jaar en ouder maximaal 3.

  • Bij 3 of meer pedagogisch medewerkers zijn er maximaal 3 vaste gezichten per baby. Voor kinderen van 1 jaar of ouder maximaal 4.

 

4.3.2 verlaten van de stamgroep

Het kan voorkomen dat kinderen hun stamgroep verlaten, bijvoorbeeld om een activiteit te doen buiten de locatie. Ook tijdens het wennen of spelen op de BSO groep kunnen kinderen hun groep verlaten om met andere kinderen op andere groepen te spelen. De stamgroep wordt tevens verlaten in onderstaande situaties:

  • Wanneer een kind een leeftijd heeft bereikt dat het naar de BSO gaat en gaat kennismaken op de nieuwe groep;

  • Wanneer er sprake is van een lage bezetting op de groep(en), bijvoorbeeld tijdens vakantieperioden of studiedagen (de afspraak is dat er wordt samengevoegd op de stamgroep in verband met (eventuele) baby’s en de inrichtings/materiaalbehoefte);

  • Tijdens het buitenspelen;

  • Tijdens excursies/uitstapjes;

  • Bij calamiteiten zoals bijvoorbeeld een eventuele ontruiming.

4.4 activiteiten in een grote groep (groter dan 30 kinderen)

Het gebeurt niet vaak, maar als het gebeurd dan is het wel fijn om te weten dat we daar afspraken over hebben gemaakt. Het kan uitzonderlijk voorkomen dat er activiteiten georganiseerd worden waarbij de groep kinderen groter is dan 30. Bij groepen groter dan 30 kinderen is het belangrijk dat zowel de pm’ers weten voor welke kinderen zij specifiek verantwoordelijk zijn als voor de kinderen dat zij weten bij welke (veilige, betrouwbare, bekende) pm’ers hun directe aanspreekpunt is. Daarom starten en eindigen gezamenlijke activiteiten van stam- en basisgroepen in groepen van groter dan 30 kinderen altijd in de samenstellingen van de stam- en basisgroepen.

4.5 Pedagogisch medewerkers

Alle pedagogisch medewerkers zijn in het bezit van een passende beroepskwalificatie en voldoen dus aan de opleidingseisen. Daarnaast zijn alle werkzame personen binnen onze kinderopvang in het bezit van een recente verklaring omtrent gedrag en worden continue gescreend via het Personenregister Kinderopvang. DUO regelt de wettelijk verplichte registratie van personen en organisaties die zich met kinderopvang bezighouden. In het kader van de continuïteit vinden we het belangrijk dat pm’ers bij een vaste stamgroep werken.

4.5.1  Ieder kind een mentor

Vanaf 2018 heeft elk kind een mentor. Ouders (en BSO-kind) worden tijdens de intake op de hoogte gebracht wie de mentor is van het kind. De mentor werkt op de groep waar het kind geplaatst is. Zij volgt de ontwikkelingen van het kind, is het eerste aanspreekpunt voor ouders (en in de BSO ook voor het kind). De mentor is niet per definitie één van de ‘vaste gezichten’. Door een mentor te koppelen aan kinderen hopen we duidelijker zicht te krijgen in de ontwikkelingen en het welbevinden van de kinderen en de lijnen hierover richting ouders kort en transparant te houden. Op vaste momenten bespreken we de ontwikkeling van het kind met ouders. Voor de dagopvang: zie 10-minutengesprekken. Voor de BSO is dat als ouders een gesprek wensen maar wel altijd als een kind de BSO verlaat.

4.5.2 Stagiaires en vrijwilligers

Wij willen graag een leerbedrijf worden dat erkend gaat worden door het SBB. Naast de groepsleiding kan het team mede bestaan uit pm’ers in opleiding (BBL) en/of stagiaires (BOL). We zetten hooguit 1 stagiaire in per groep, per dag die de opleiding voor beroepskracht volgt. In den regel zetten we stagiaires altijd boventallig in, dat wil zeggen dat ze niet formatief meetellen met de BKR. Bij de formatieve inzet van beroepskrachten in opleiding en stagiaires wordt rekening gehouden met de opleidingsfase, verworven competenties, vaardigheden en de inzet die ze tonen. Het is wettelijk bepaald dat inzet van beroepskrachten in opleiding en stagiairs geschiedt conform de meest recent aangevangen Cao kinderopvang en de meest recent aangevangen Cao welzijn en maatschappelijke dienstverlening. Maximaal één derde deel van het totaal minimaal aantal op het kindercentrum in te zetten beroepskrachten bestaat uit beroepskrachten in opleiding of stagiairs. In verband met de personeelscrisis in de kinderopvang is deze regel versoepeld tot 2025 en mag de helft van de formatie bestaan uit beroepskrachten in opleiding.  Als wij beroepskrachten in opleiding en stagiaires formatief inzetten, zullen we ouders persoonlijk en via de nieuwsbrief informeren.

Het kan zijn dat we vrijwilligers inzetten als extra handjes binnen de organisatie. De vrijwilligers worden nooit formatief ingezet en worden alleen gelaten met de kinderen. Ze zijn de extra handen, ogen en oren van de pm’ers die ondersteuning bieden op drukke tijden. Ouders worden geïnformeerd over de inzet van vrijwilligers tijdens het intakegesrpek, WhatsApp en nieuwsbrieven.

4.5.3  Begeleiding stagiaires (en vrijwilligers)

De stagiaires worden begeleidt door een ervaren pm’er die langere tijd op de locatie werkt. De stagiaire heeft een vaste groep waar zij haar praktijkdagen doorbrengt. In eerste instantie zal ze ingewerkt worden door zich in te lezen in ons beleid en mee te kijken op de groep. De stagebegeleider bouwt haar werkzaamheden langzaam op door haar kleine (verzorgings)taken te geven. Tijdens de maandelijkse (voortgangs)gesprekken met de praktijkbegeleider wordt haar inzet en ontwikkeling besproken. Ook werkt ze tijdens haar stage aan haar opdrachten van school. We begeleiden de stagiaire in dit proces, maar leren haar vooral zelf de verantwoordelijkheid te nemen over het leerproces. De eventuele vrijwilligers worden begeleidt door de pm’ers.

 

4.5.4 Nieuwe werknemers

Nieuwe medewerkers (en stagiaires) zijn verplicht om in de eerste week van hun werkzaamheden, het pedagogisch beleidsplan en het beleidsplan Veiligheid & Gezondheid goed te leren kennen. Dit hoort bij hun inwerkproces. We willen graag dat ze een goede start maken op onze kinderopvang en dat ze achter onze visie staan. Om de emotionele veiligheid van de kinderen te borgen worden nieuwe pm’ers altijd samen met een voor de kinderen bekend gezicht op de groep ingezet. Ons beleid is in hardcopy map(pen) aanwezig op de groep. Zo kunnen pm’ers, stagiaires en eventueel ouders snel informatie vinden. De leidinggevende ziet erop toe dat er volgens het pedagogisch beleidsplan en de protocollen gewerkt wordt.

4.6 Plaatsingsbeleid

Vanaf het moment dat ouders aangeven opvang nodig te hebben, krijgen ze te maken met een aantal praktische zaken rond de plaatsing. Ieder kind is welkom bij Het Gouden Hartje. Enkel, als de begeleiding veel zwaarder is vanwege bijvoorbeeld een handicap, stoornis en/of (ernstige) gedragsproblemen van het kind, verwijzen wij ouders graag door naar het CJG waar ouders passend advies kunnen krijgen. Moeilijke kinderen kennen wij niet. Wel kinderen die of tijdelijk of constant meer aandacht nodig hebben waardoor we extra pm’ers moeten inzetten. Kinderen die nieuw komen en bijna de leeftijd bereiken om door te stromen naar een nieuwe stamgroep plaatsen we in overleg met ouders soms alvast in de nieuwe stamgroep. Dit om te voorkomen dat er voor het kind te veel wisselingen in een korte periode zijn.

 

4.6.1 Extra dagdelen opvang

Soms hebben ouders behoefte aan extra dagdelen opvang bij ons kindercentrum. Dat is uiteraard mogelijk voor het kinderdagverblijf en de BSO, mits er plek is op de stamgroep. Ouders kunnen via de administratie een aanvraag per e-mail indienen. De honorering van de aanvraag kan echter wel gevolgen hebben voor de bezetting op de stamgroep. De kind-pm’er-ratio dient te allen tijde kloppend te zijn op de groep. We plaatsen kinderen niet boven de maximale omvang van de groep.

4.6.2 Ruilen van dagdelen

Er bestaat de mogelijkheid om incidenteel dagen te ruilen als dit binnen dezelfde week gebeurt. Ruildagen kunnen per email via de administratie aangevraagd worden. De aanvraag dient echter minimaal twee weken van tevoren ingediend te worden. We doen niet moeilijk over ruilen, mits de samenstelling van de stamgroep het toelaat (BKR). Het is niet mogelijk om sluitingsdagen, vakantiedagen of dagen waarop het kind ziek is te ruilen. Over de beslissing is geen discussie mogelijk. Wel kan de leidinggevende worden benaderd bij eventuele onduidelijkheden.

4.6.3 Voorrang broertjes en zusjes

Het Gouden Hartje streeft er naar voorrang te verlenen aan broertjes en zusjes uit hetzelfde gezin van een kind dat al bij ons komt. Indien mogelijk wordt al gelijk bij inschrijving doorgegeven dat er meerder broertjes of zusjes zijn.

4.7 Wenbeleid

Voor kinderen en ouders is het altijd spannend om een nieuwe situatie aan te gaan. Zeker als dit een opvangsituatie betreft. Niet alleen de kinderen moeten wennen aan de nieuwe situatie, maar ook de ouders, de pm’ers en de kinderen van de groep. Door goede afspraken met de ouder te maken, kan er rustig worden kennisgemaakt. Elkaar de ruimte geven om te wennen aan de ruimte, het dagritme, de andere kinderen zijn hierbij bepalend.

4.7.1 Extern wenbeleid

Tijdens het intakegesprek worden er afspraken gemaakt voor de wenperiode. Elk kind (en ouder) is uniek, daarom wordt er samen gekeken naar wat werkt. Over het algemeen komen kinderen twee keer een dagdeel wennen voordat het kind een hele dag komt. Ouders mogen vertrouwde voorwerpen meegeven aan hun kind (KDV), zoals een knuffel, een tutteldoek, een foto van mama etc. Belangrijk is dat het afscheid van de ouder(s) kort en duidelijk is. Na afloop evalueert de pm’er samen met de ouders het wenproces. Bijzonderheden worden besproken. Indien het kind en/of de ouders meer tijd nodig hebben om te wennen, worden hiervoor afspraken gemaakt en vastgelegd. De mentor, vaste aanspreekpunt van ouders en kinderen, zal het nieuwe kind goed observeren om te zien hoe het gaat. Na 3 maanden evalueren mentor en ouder de wenperiode. In dit gesprek wordt besproken wat er allemaal goed gaat en wat meer aandacht vergt.

4.7.2 Intern wenbeleid

Wanneer Een Lief Hartje toe is aan het wennen bij De Blije Hartjes, bijvoorbeeld omdat het bijna vier wordt, dan zullen we in overleg met de ouder het kind laten wennen op de basisgroep. Gezien onze kleinschaligheid kennen alle pm’ers alle kinderen en vice versa. Voordat het kind officieel start in de nieuwe stamgroep zal er een warme overdracht plaatsvinden tussen de oude en nieuwe mentor. Daarbij wordt het dossier meegegeven aan de nieuwe pm’er (mentor) van het kind. Het wennen starten we rond de 3 jaar en 9 maanden.

5. De dag

5.1 Dagindeling

Rust, regelmaat en reinheid (hygiëne) vinden we voor het jonge kind erg belangrijk. In een drukke omgeving komen zoveel indrukken op een kind af, dat het deze nauwelijks kan verwerken. Daarom is een zekere mate van rust belangrijk. Om deze rust te waarborgen kijken onze pm’ers goed om zich heen: is er niet te veel speelmateriaal in één keer aangeboden, hangt er niet te veel aan de muur, wat er hangt is dat functioneel voor het kind en zou het ook rustiger kunnen?

Rust wordt ook gecreëerd door een bepaalde regelmaat te bieden. Het Gouden Hartje houdt een vaste dagindeling aan. Op vaste tijden wordt er gegeten, gedronken en fruit gegeten. Kinderen slapen naar behoefte en/of wensen van de ouders. Wij schenken ook de aandacht aan verjaardagen en feestdagen. Er wordt binnen en veel buiten gespeeld afhankelijk van het weer. Bij de jonge kinderen wordt er veel gezongen en voorgelezen.

5.1.1 Dagindeling kinderdagverblijf

07:00 u – 09:00 u

Ontvangst van kinderen en ouders bij De Lieve Hartjes, overdracht en vrij spelen. Tegen 9 uur ruimen we met z’n allen op om ons klaar te maken voor de dagopening. De BSO kinderen zijn dan al naar school of gaan naar hun eigen groep.

09:00 u – 09:45 u

Dagopening in de grote kring. Er worden liedjes gezongen waaronder het goedemorgen lied. Het dagritme wordt doorgenomen, de dagen van de week en de maand. Daarna eten de kinderen fruit en krijgen water of thee.

09.45 u – 10.15 u

Handen wassen, toilet- en verschoonronde.

10:15 u – 11:15 u

Activiteiten (zoals knutselen), vrij spelen of buiten spelen.

11:15 u – 11:30u

Verschoon / toiletronde en met z’n allen handen wassen.

11:30 u - 12:00 u

(Warme) lunch en drinken.

12:00 u – 12:30 u

Kinderen naar bed brengen (die 1x slapen en kinderen uit bed halen).

12:30 u – 14:30 u

Slaap- en rusttijd. Voor de wakkere kinderen zijn er begeleide activiteiten zoals knutselen, zingen en dansen, voorlezen, spelen met constructiematerialen of vrij spelen.

14:30 u – 15:00 u

Wakkere kinderen uit bed halen, verschonen en toiletronde.

14:45 u – 15:00 u

Verschoon / toiletronde en met z’n allen handen wassen.

15:00 u – 15:30 u

Vrij spelen

15:30 u -  16:00 u

Kinderen gaan aan tafel voor een tussendoortje. Ze krijgen crackers, poffertjes of een boterham aangeboden. Ze kunnen kiezen wat ze als beleg willen. Ook is er keuze uit halfvolle melk of water.

16:00 u – 18:30 u

De groepen worden eventueel samengevoegd. Vrij spelen, kinderen worden opgehaald, er vindt overdracht plaats

5.1.2. Dagindeling Buitenschoolse opvang VSO en NSO

07:00 u – 08:30 u

Ontvangst kinderen en vrij spelen/activiteiten op De Lieve Hartjes

14:30 u – 16:00 u

Kinderen worden opgehaald, komen aan op de BSO, er wordt gegeten en gedronken. De dag wordt doorgenomen met de pm’er.

16:00 u -  18:30 u

Vrij spelen, activiteit, buiten spelen (bij weinig kinderen kan er ook samengevoegd worden op de Lieve Hartjes).

5.1.3 Dagindeling Buitenschoolse opvang vrije middag

12:30 u – 13:30 u

Kinderen zijn opgehaald, handen gewassen, toiletronde, samen tafel dekken en warme lunch .

13:30 u – 15:30 u

Activiteiten (begeleid) Vrij spelen.

15:30 u – 16:00 u

Tussendoortje en drinken.

16:00 u -  18:30 u

Vrij spelen, activiteit, buiten spelen, (eventueel) samenvoegen, overdracht.

 5.1.4 Dagindeling Buitenschoolse opvang hele dag

07:00 u – 09:00 u

Ontvangst kinderen en vrij spelen.

09:00 u – 09:30 u

Opruimen en handen wassen Samen de tafel dekken.

09:30 u - 10:00 u

Zingen en fruit eten.

10:00 u – 11:15 u

Activiteiten (zoals knutselen), vrij spelen of buiten spelen.

11:15 u – 11:45 u

Opruimen, met z’n allen handen wassen en tafel dekken.

11:45 u - 12:30 u

Warme maaltijd en drinken.

12:30 u – 15:30 u

Activiteiten.

15:30 u -  16:00 u

Tussendoortje en drinken.

16:00 u -  18:30 u

Vrij spelen, activiteit, buiten spelen, (eventueel) samenvoegen, overdracht.

 

Tijdens de vakanties worden er grote activiteiten ondernomen zoals uitstapjes naar het park, (indoor)speeltuin, bioscoop, pretpark e.d. De kinderen zijn dan doorgaans tussen 11u en 16u op pad. De pm’ers nemen lunchpakketjes voor de middagmaaltijd.

 

5.2 samenvoegen

Ieder kind heeft zijn eigen vaste groep met zijn eigen pm’ers en groepsgenootjes. Echter starten en eindigen de kinderen hun opvang dag vaak samen op De Lieve Hartjes. Dit doen we omdat er in de vroege ochtend en late middag vaak minder kinderen aanwezig zijn. Hierdoor kunnen we onze pm’ers efficiënt in- en uitlaten stromen. Het is daarnaast niet leuk voor de kinderen, zeker als ze vroeg komen of tot sluitingstijd blijven, als er geen andere kinderen zijn om mee te spelen. Vanaf 9 uur gaan de BSO kinderen in de vakantie naar hun eigen basisgroep.

 

Tijdens vakanties of op dagen met een (structureel) lage bezetting mogen wij als kinderdagverblijf groepen incidenteel de hele dag samenvoegen, waarbij de voorwaarden zijn dat er van beide stamgroepen pm’ers aanwezig zijn en dat er wordt voldaan aan de BKR. Ouders worden hiervan op de hoogte gesteld tijdens de intake en via het ouderinformatieboekje.

5.2.1 Voorwaarden samenvoegen

Om voldoende uitdaging en speelgoed aan te bieden voor alle leeftijden tijdens het samenvoegen, zorgen de pm’er s ervoor dat er kisten zijn met speelgoed dat ook de BSO-kinderen kan bekoren. Ook is het mogelijk om altijd naar de BSO-groep te lopen om ander materiaal te pakken als de behoefte er is. De pm’ers letten er goed op dat de oudere kinderen de jongsten niet in de weg zitten tijdens het spelen. Tijdens het samenvoegen met De Blije Hartjes worden de BSO kinderen gezien als 3-jarigen voor het uitrekenen van de BKR.

5.3 3-uurs regeling

Bij aaneengesloten openstelling van tien uur of meer per dag kan maximaal drie uur per dag worden afgeweken van de vereiste BKR. Daarbij wordt minimaal de helft van de vereiste BKR ingezet. Op de BSO mag er maximaal een half uur per dag worden afgeweken als er minder dan 10u aaneengesloten opvang wordt aangeboden. Deze laatste hoeft niet vastgelegd te worden in het pedagogisch beleidsplan. Bij beide groepen wijken we mogelijk ’s middags af tussen 12u en 15u per groep. Op de overige tijden wijken we niet af.

5.4 Activiteiten en materialen

Het Gouden Hartje heeft diverse materialen en uitdagend speelgoed voor verschillende leeftijden en ontwikkelingsstadia. Door kinderen een breed aanbod te doen, kunnen ze keuzes maken met betrekking tot hun eigen speel- en ontwikkelingsbehoefte. Belangrijk is dat ze voldoende uitgedaagd worden zodat alle ontwikkelingsgebieden aan bod komen.

Knutselen doen we met alle leeftijden. Knutselen vinden kinderen over het algemeen leuk, gezellig en resultaatgericht. Met verf, klei, papier, (piep)schuim, lege wc-rolletjes, watten, en dergelijke kunnen kinderen hun fantasie de vrije loop laten gaan. Kinderen krijgen instructies hoe ze met de materialen om kunnen gaan, het knutselen wordt vaak in groepsverband gedaan en zodoende kunnen ze elkaars werkjes bekijken, beoordelen en imiteren. Met de baby’s zullen we vooral met de handjes en voetjes verven en kliederen. Ook zullen zij voornamelijk materialen vasthouden en eraan voelen. Dit is goed voor hun zintuigelijke ontwikkeling.

5.5 Uitstapjes

Regelmatig worden er uitstapjes georganiseerd voor de kinderen. Te denken valt aan een uitstapje naar bijvoorbeeld een kinderboerderij, bibliotheek, dierentuin, speeltuin, winkel en dergelijke. Ook eendjes voeren in het park behoort tot de mogelijkheden. Ouders geven tijdens de intake toestemming voor het deelnemen aan uitstapjes. BSO-kinderen maken in de schoolvakanties uitstapjes naar de bioscoop, gaan bowlen, midgetgolfen, naar musea, indoor speeltuinen zoals Jump Xl etc. Het vervoer van de kinderen bij dergelijke uitstapjes wordt efficiënt en veilig georganiseerd. Ouders worden tijdig geïnformeerd over het uitstapje.

6. Eten en drinken

Het Gouden Hartje biedt de hele dag door verantwoorde hapjes en drankjes. ’s Middags bieden we een warme maaltijd zoals rijst met kip en groenten, aardappelpuree met spinazie en gehaktballen, macaroni met gehakt , couscous met groente, rijst met vis en groenten. BSO-kinderen krijgen ook een warme maaltijd in de vakantie. Als tussendoortjes geven we de kinderen crackers met smeerkaas, jam, vleeswaren, rijstwafels, soepstengels, volkorenkoekjes, yoghurt en fruit. De kinderen drinken water, afgekoelde thee en melk.

6.1 Maaltijden

Kinderen hebben goede voeding nodig om zich te kunnen ontwikkelen. Voor de baby’s wordt in eerste instantie het ritme van thuis overgenomen. Ouders hoeven geen eten en drinken mee te geven, tenzij de kinderen allergisch zijn voor de voeding die wij aanbieden. Wij koken de flessen en spenen regelmatig uit op het kindercentrum en volgen hierbij de richtlijnen van het RIVM. Naarmate de kinderen ouder worden gebruiken we de maaltijden in groepsverband. We vragen ouders wel om een flesje en (fop)speen mee te geven voor de baby’s.

Wij geven de baby’s tot een half jaar alleen flesvoeding, vanaf 6 maanden gaan we over op het aanbieden van vaste voeding (altijd in combinatie met flesvoeding). Als ouders liever eerder of later willen starten met vaste voeding, is dat natuurlijk ook mogelijk.

 

Kinderen worden niet gedwongen maar wel gestimuleerd om te eten, ook al willen ze niet eten, we vragen ze wel altijd om te proeven. Ze krijgen kleine porties en worden gestimuleerd voldoende te eten. Bij een afwijkend patroon of andere bijzonderheden zal de pm’er de ouders informeren. De pm’er ziet erop toe dat de kinderen voldoende drinken.
 

6.2 Dieet en allergieën

Ouders zijn verantwoordelijk om de pm’er op de hoogte te stellen van diëten, allergieën of wensen m.b.t. voeding. Deze bijzonderheden/wensen worden tijdens het intakegesprek of tijdens een overdrachtsgesprek duidelijk besproken en beschreven op het intakeformulier. Hierdoor kunnen alle pm’ers duidelijk zien of een kind een dieet of een allergie heeft. Daarnaast hebben we op de groepen duidelijke en zichtbare lijsten hangen waarin de allergieën beschreven zijn per kind.

 

Als er een kans is op een ernstige allergische reactie op voeding dan wordt dit door ouders specifiek benoemd. Ook wordt er uitgebreid besproken en genoteerd hoe stap voor stap te handelen in een dergelijke situatie. Voor deze kinderen wordt een individueel protocol opgesteld door Het Gouden Hartje waarvoor de ouders verantwoordelijk zijn voor de inhoud en uitvoering.

 

7. Het kind

7.1 Corrigeren en belonen

Binnen onze organisatie bieden we kinderen duidelijke grenzen en hebben duidelijke regels. Dit biedt de kinderen veiligheid en duidelijkheid. Kinderen hebben hier behoefte aan. Door kinderen een zekere mate van vrijheid te bieden ontwikkelen ze zelfstandigheid, zelfvertrouwen, leren ze keuzes maken en kunnen ze hun eigen behoeften en interesses volgen. Ze doen dit uit intrinsieke motivatie en niet omdat het “ moet”.

 

De kinderen worden binnen Het Gouden Hartje op een positieve wijze benaderd en zo wordt door middel van de positieve aandacht het gewenste gedrag gestimuleerd. Als een kind negatief gedrag vertoont wordt gekeken naar het individuele kind en nagegaan waarom een kind dit gedrag vertoont (bijv. Niet lekker in zijn vel zitten, verveling, onzekerheid, veranderingen in de thuissituatie enz.). De pm’ers kunnen op deze manier wellicht de oorzaak van het gedrag wegnemen of hier rekening mee houden.

 

Wanneer een kind na een waarschuwing nog negatief gedrag blijft vertonen, zal de pm’er een kind op ooghoogte, op rustige, duidelijke wijze aanspreken en het kind daarbij ook aankijken. Bij het herhalen van negatief gedrag kan het kind zo nodig voor een korte duur op een afgesproken plek neergezet worden om even uit de negatieve situatie gehaald worden. Er wordt zo kort mogelijk aandacht besteed aan het negatieve gedrag en het kind wordt eventueel afgeleid om herhaling van gedrag te voorkomen. Tegelijkertijd wordt positief gedrag gestimuleerd (complimenten, aai over de bol, high five, een sticker, etc.) Wij vinden het belangrijk om ouders terugkoppeling te geven over het gedrag van het kind.

7.2 Observatie

Pm’ers observeren de kinderen gedurende de hele dag tijdens het spel en tijdens overige momenten. Zo proberen we de algemeenheden van het kind in kaart te brengen. Het doel van observeren is voor ons om zo goed mogelijk qua begeleiding en materialen aan te sluiten bij de ontwikkeling van het kind. Ieder kind is uniek. Een kind kan ook extra uitdaging nodig hebben. We willen zo min mogelijk etiketteren. De basis is dat een kind zich prettig voelt. Bij problemen houden we de kinderen in de gaten. De pm’ers zullen de bevindingen onderling bespreken.

 

Naast het dagelijks observeren tijdens de activiteiten, wordt er ook gericht geobserveerd op het kinderdagverblijf aan de hand van een observatiemethode. Op de BSO observeren we alleen op aanvraag van ouders. De kinderen worden reeds op school geobserveerd en getoetst. Wij vinden dat de BSO ontspannend moet zijn en willen niet op school lijken. Alleen als de situatie het vraagt, bijvoorbeeld bij zorgen, dan observeren wij ook gericht op de BSO. Dit kan ook na een vraag van de ouder of de school. Overigens maken de pm’ers altijd aantekeningen in het kinddossier bij bijzonderheden, zodat bij (zorg)vragen altijd teruggekeken kan worden.

 

Alle kinderen, 0 tot 4 jaar, worden twee keer per jaar gericht geobserveerd middels een observatiemethode.

7.2.1 10-minutengesprekken

De resultaten van de observaties worden besproken met de ouders tijdens het 10-minutengesprek wat – afhankelijk van het schema –twee keer per jaar wordt aangeboden. Indien er behoefte is aan meer gesprekken, is dat uiteraard ook mogelijk. Ouders van BSO-kinderen krijgen (net als op het kinderdagverblijf) naar aanleiding van de wenperiode en als ze weggaan van de opvang een evaluatiegesprek. We willen natuurlijk graag weten hoe het kind en de ouder(s) de opvang bij ons hebben ervaren. Daarbuiten kunnen ouders altijd nog een gesprek aanvragen bij hun pm’er (mentor) als ze daar behoefte aan hebben.

7.2.2 signalering en doorverwijzing

Tijdens de observaties worden eventuele achterstanden in de ontwikkeling gesignaleerd. De zorgen bespreken we altijd met ouders. Waar nodig ondersteunen we ouders bij het vinden van de juiste instellingen voor hulp. Soms schakelen we zelf een externe deskundige in, bijvoorbeeld via het CJG of het wijkteam. We doen dit altijd in overleg en met toestemming van ouders. Binnen onze organisatie hebben we afspraken gemaakt over wie wat doet bij zorgen, wie onderhoudt de contacten met derden, wie coördineert het zorgproces en wie overlegt met de ouders. Doorverwijzen doen wij ook, bijvoorbeeld naar de huisarts of logopedist. Wij adviseren de ouders dan om op consult te gaan voor eventuele nadere onderzoeken.

7.2.3 Meldcode kindermishandeling en huiselijk geweld

Medewerkers worden getraind in het herkennen en melden van kindermishandeling en/of huiselijk geweld. Er is een aandacht functionaris die de pedagogisch medewerker assisteert bij de juiste stappen bij het vermoeden van kindermishandeling of huiselijk geweld, zoals benoemd in de meldcode. Ter ondersteuning wordt ook de app meldcode KM ingezet om de juiste stappen te zetten.

7.3 Spelenderwijs voorbereiden op de basisschool

De oudste peuters worden bij Het Gouden Hartje voorbereid op de basisschool. Door kinderen zelfstandigheid bij te brengen, zoals zelf naar het toilet gaan, (gedeeltelijk) aan- en uitkleden etc. zal de overgang naar de basisschool soepeler verlopen. Kinderen leren bij Het Gouden Hartje om zich korte tijd te concentreren, door bijvoorbeeld een tijdje aan een gekozen werkje te werken of naar een verhaal te luisteren etc. Tevens krijgt het kind een soort basiskennis aangereikt waarbij het aan het kind zelf ligt of het dit oppikt of niet. De basiskennis wordt enerzijds aangeboden door activiteiten en lesjes van pm’ers en anderzijds bieden de materialen binnen Het Gouden Hartje volop mogelijkheden voor de kinderen om zich op alle vlakken van hun ontwikkeling te ontplooien.

 

We leren de kinderen de dagen van de week, tot tien tellen, het alfabet, wachten op je beurt, in de rij staan, elkaar laten uitpraten, kleuren herkennen en benoemen, in een kring zitten etcetera. We stimuleren de kinderen spelenderwijs in hun ontluikende rekenvaardigheid. Gedurende de dag stellen we de kinderen veel vragen over waar ze mee bezig zijn. Bijvoorbeeld “Hoeveel vingers steek ik op? En als ik nu die andere vingers erbij optel?” Deze vragen stellen we spontaan, wanneer de situatie ernaar is. Ook vertellen we de hele dag door wat we aan het doen zijn zodat de kinderen de Nederlandse taal goed aanleren.

Kinderen doen vooral spelenderwijs veel ervaringen op. Al spelend en ontdekkend maken zij kennis met cognitieve begrippen zoals groot-klein, hard-zacht, lichtdonker, zwaar-licht, boos-blij-verdrietig, in-uit, vooraan-achteraan, op-onder, en aan-uit. Wat wij belangrijk vinden is dat kinderen niet slechts abstract begrippen aangeleerd krijgen maar dat zij de verschillende begrippen aan den lijve kunnen ervaren. Door ervarend leren beklijft het ervarene meestal veel dieper en beter.

 

Wij geven de ouders alle resultaten van de observaties mee voor de overdracht naar de basisschool, samen met het overdrachtsformulier. De ouders zijn zelf verantwoordelijk voor de overdracht naar de basisschool. De basisschool kan bij vragen altijd contact met ons opnemen, wij geven echter alleen informatie over het kind als de ouder formeel toestemming heeft gegeven.

 

 

bottom of page